Koken & Verwarmen - Marktcommissie Beek

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Deelname > Jaarmarkt > Richtlijnen

5.         VOORSCHRIFTEN KOOKDOELEINDEN EN VERWARMING
 
 
5.1       KOKEN, BAKKEN EN BRADEN
 
5.1.1     Het bakken, braden, koken, barbecueën van voedings- en/of genotmiddelen met behulp van elektrische energie en/of gas is toegestaan indien:
- er in de directe omgeving van een verbruikstoestel goed passende deksels voor de in
 gebruik zijnde pannen aanwezig zijn;
- het verbruikstoestel KEMA/CE goedgekeurd is;
- het frituurvet en spijsolie alleen in thermisch beveiligde toestellen wordt gebruikt;
- het verbruikstoestel vast op de vloer c.q. een tafel staat opgesteld, zodanig dat omvallen of
 stoten niet mogelijk is;
- het verbruikstoestel op minimaal 1,50 meter van brandbare materialen (versieringen,
 luifels, tentwanden e.d.) en belendende gebouwen opgesteld is;
- het draagvlak onder de bak- en braadtoestellen tot minimaal 10 cm buiten de toestellen
 onbrandbaar is, dan wel met een onbrandbaar materiaal bekleed is.
 
5.1.2     Het bakken, braden, koken en barbecueën van voedings- en/of genotmiddelen met behulp van vaste brandstof is verboden, tenzij hiervoor een aparte ontheffing is afgegeven door de gemeente.
 
5.1.3     Het gebruik van vloeibare brandstof (benzine, petrol, etc.) ten behoeve van kookdoeleinden is te allen tijde verboden.
 
5.1.4     Gasgestookte verbruikstoestellen ten behoeve van kookdoeleinden in een tent zijn alleen toegestaan mits de tent aan 3 zijden is geopend.
 
5.1.5     De bakinstallatie (oliebak) moet zodanig zijn geconstrueerd dat, bijvoorbeeld door overbruisen over de rand of door de kieren om de rand, olie of vet niet in de verbrandingsruimte kan komen.
 
5.1.6     De (mobiele) bakkraam, met een gasgestookte installatie moet zijn opgesteld op een afstand van minimaal 5 meter vanaf elke bebouwing, tenzij de gevel van de bebouwing in zijn geheel deugdelijk gesloten is uitgevoerd.
 
 
5.2        MOBIELE BAKKRAAM ALGEMEEN
 
5.2.1       Aanwezig dient te zijn:
- een keuringsrapport ten bewijze dat de (LPG) dampgasinstallatie een jaarlijkse keuring
 heeft gehad;
- een certificaat van de drukhouder ten bewijze dat deze conform de specificaties van de
 Europese richtlijn is gefabriceerd en gekeurd.
 
5.2.2       In elke mobiele bakkraam dient nabij de toegangsdeur een klein blusmiddel van minimaal 5 kg respectievelijk 6 liter blusstof aanwezig te zijn. De kleine blusmiddelen moeten te allen tijde bereikbaar, op het gebruik afgestemd, en voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. Dit blusmiddel moet gekeurd zijn en van een geldig keurmerk zijn voorzien conform NEN 2559 Onderhoud draagbare blustoestellen.

5.2.3       De verbrandingsgassen van de bak- en braadtoestellen moeten, door middel van afvoerleidingen van onbrandbaar en hittebestendig materiaal, worden afgevoerd. Binnen een afstand van 30 cm van de afvoerleiding voor de bakdampen en/of verbrandingsgassen, mogen geen brandbare onderdelen van de mobiele bakkraam en geen brandbare goederen of stoffen aanwezig zijn, tenzij deze bekleed zijn met een onbrandbaar en slecht warmtegeleidend materiaal. De wand- of dakdoorvoeringen moeten zijn uitgevoerd met een dubbelwandige nisbuis.
 
5.2.4       Een afvoer van bak- en/of braaddampen en verbrandingsgassen in één leiding is toegestaan mits de verbrandingsgassen gemeten op de plaats van samenkomst geen hogere temperatuur hebben dan 200°C.
 
5.2.5       De bakdamp moet, zonder dat deze zich in de wagen kan verspreiden, worden opgevangen in en worden afgevoerd door een direct boven de bakpannen aangebrachte afzuiginrichting, van onbrandbaar en tegen hitte bestand materiaal, met een daarop aangesloten afvoerleiding welke reikt tot boven het dak van de wagen.
 
 
5.3        MOBIELE BAKKRAAM (LPG) INSTALLATIE
5.3.1     De (LPG) dampgasinstallatie voldoet aan de voorschriften van de NPR 2577 Mobiele verwarmingssystemen - Eisen voor de installatie van LPG-systemen voor gebruik in vrijetijdsvoertuigen, caravans, bakwagens en andere voertuigen.
 
5.3.2     De drukhouders zijn voorzien van een CE-keurmerk van Lloyd’s Register Nederland.
 
5.3.3     De drukhouders dienen, voor een correcte functie, volgens de aanwijzingen van de fabrikant te zijn gemonteerd. Het gebruik van drukhouders die voorheen zijn toegepast voor opslag van LPG voor tractiedoeleinden is niet toegestaan.
 
5.3.4     De drukhouders voor opslag van LPG moeten zijn geplaatst in een uitsluitend daarvoor ingerichte ruimte. Deze ruimte mag uitsluitend aan de buitenzijde van de bakkraam toegankelijk zijn en moet door middel van een deur of luik zijn afgesloten.
 
5.3.5     De in punt 5.3.4 bedoelde ruimte moet direct via de vloer of de buitenwand op de buitenlucht zijn geventileerd door middel van een opening met een netto vrije doorlaat van minimaal 1 dm2. Deze opening moet zo laag mogelijk zijn aangebracht. De ventilatieoppervlakte mag niet volledig of gedeeltelijk door een drukhouder of andere voorwerpen zijn afgesloten.
 
5.3.6     Toestellen, onderdelen, gebruiksvoorwerpen en aansluitingen die tijdens het rijden en bij het normaal gebruik de installatie kunnen beschadigen of ontsnappend gas kunnen ontsteken mogen niet in het compartiment van de drukhouder worden geplaatst of geïnstalleerd (bijvoorbeeld: accu’s, niet geïsoleerde elektrische aansluitingen, enz.).

5.4       VERBRUIKSTOESTELLEN/INSTALLATIES
 
5.4.1       Gasgebruik ten behoeve van kookdoeleinden in een tent is alleen toegestaan indien het voor het publiek toegankelijke gedeelte aan 3 zijden is geopend.
 
5.4.2       De (LPG) dampgasinstallatie van de bakkraam moet voldoen aan de voorschriften van de NPR 2577 Mobiele verwarmingssystemen - Eisen voor de installatie van LPG-systemen voor gebruik in vrijetijdsvoertuigen, caravans, bakwagens en andere voertuigen.
 
5.4.3       De installatie dient van twee afsluiters te zijn voorzien, een afsluiter op het verbruikstoestel en een afsluiter op de drukhouder/gasfles.
 
5.4.4     Elk verbruikstoestel bestemd voor kookdoeleinden moet boven het toestel een vrije ruimte van minimaal 1,30 meter hebben.
 
5.4.5     Drukhouders en tanks welke niet direct in gebruik zijn moeten als volgt worden opgesteld:
- deugdelijk;
- buiten bereik van onbevoegden;
- goed geventileerd;
- beschermd tegen opwarming door zonnestraling;
- op een afstand van minimaal 5 meter vanaf elke bebouwing;
- voorzien van het opschrift “ROKEN EN OPEN VUUR VERBODEN”.
 
 
5.5          GASLEIDINGEN EN APPENDAGES
                                 
5.5.1       Elke verbindingsslang tussen een drukhouder en een verbruikstoestel e.d. moet:
- voorzien zijn van een keurmerk;
- zodanig zijn aangebracht, dat blootstelling aan ontoelaatbare temperatuursinvloeden wordt
 voorkomen;
- deugdelijk zijn;
- niet ouder zijn dan 5 jaar (printdatum niet meegerekend);
Opmerking: Er dient een gasslang toegepast te worden die voldoet aan de norm NEN-EN 559/NEN 5654 of een gasslang die aan beide normen voldoet (zie opdruk op de slang): NEN-EN 559/NEN-EN 1763-1 t/m 4 of NEN 5654.
 
5.5.2       Reduceerventielen mogen niet ouder zijn dan 5 jaar, conform het jaartal dat staat vermeld op het reduceerventiel of de aankoopbon. Het reduceerventiel mag geen roestvorming vertonen.
 
5.5.3       Tussen de gasfles(sen) en het verbruikstoestel moet gebruik worden gemaakt van vaste metalen leidingen, waarbij de laatste 1,50 meter uit goedgekeurd gasbestendige slang moet bestaan conform NEN-EN 1763.
 
5.5.4       Slangen, leidingen, koppelingen, klemmen, drukhouders en toestellen moeten deugdelijk zijn aangebracht en te allen tijde in deugdelijke staat verkeren. Elke leiding moet zijn beschermd tegen beschadiging (bijvoorbeeld door een brugconstructie over een leiding).
 
 
5.6          VERWARMEN
 
5.6.1       Gelbranders of gelijkwaardig, zijn toegestaan voor het warm houden van etenswaar mits dit gebeurt onder permanent toezicht.
 
5.6.2       Bij het verwarmen van het bouwwerk, anders dan door installaties die vast in het bouwwerk aanwezig zijn, mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van buiten het bouwwerk opgestelde verwarmingstoestellen met warmtewisselaar.
 
5.6.3     Het gebruik van een elektrisch verwarmingstoestel is toegestaan mits deze boven het toestel een vrije ruimte heeft van minimaal 1,30 meter en voldoende is afgeschermd voor het publiek.

 
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu